Staat de mutse goed?

Eind negentiende, begin twintigste eeuw was West-Zeeuws-Vlaanderen een agrarisch gebied. Veel gebruiken en gewoonten gingen hiermee samen. De Cadzandse streekdracht werd – zeker door de vrouwen – nog volop gedragen. Veel inwoners werkten bij de boeren of waren voor hun werk afhankelijk van hen. De boeren, die vaak over grote hofsteden met een omvangrijk areaal aan grond beschikten, bepaalden grotendeels het leven in die tijd. Om de dagelijkse kost te verdienen moest er hard gewerkt worden. Vrijwel alles moest nog met de hand worden
gedaan, want van moderne landbouwmachines was nog geen sprake. Zo bleef er naast het werk weinig tijd over. Ook al omdat de arbeiders thuis veelal een groentetuin bestierden en naast een varkentje nog het nodige kleinvee hielden. Vrije tijd en ontspanning waren dan ook nog geen gangbare begrippen, maar als de gelegenheid er was, vonden velen hun vertier. Populaire evenementen waar naar uitgekeken werd, waren bijvoorbeeld muziekuitvoeringen en natuurlijk de kermissen. In Staat de mutse goed? wordt het leven van de West-Zeeuws-Vlamingen omstreeks 1900 beschreven, de kinder- en jeugdjaren, het onderwijs, de kermissen, het smok-kelen en de Cadzandse dracht.

Auteurs: Frans Meijaard en Jenny Rosendaal-Dees
Foto’s: Louis Drent, Frans Meijaard, Peter Nicolai, Aris Vink, Archief gemeente Sluis,
Drukkerij Durenkamp, Heemkundige Kring West-Zeeus-Vlaanderen
Collecties: Marietje van Dale, Hannie de Hulster, Daniel Minnaert, Jenny Rosendaal, Jo Vermeulen
Vormgeving en druk: Drukkerij Durenkamp, Aardenburg
Formaat: 240 x 220 mm
Volume: 120 pagina’s
Prijs: 17,50
Uitgave: Drukkerij Durenkamp, mei 2020

Het boek is ook verschenen als nummer 48 in de serie Bijdragen tot de geschiedenis van West-Zeeuws-Vlaanderen.
ISBN/EAN: 978-94-91528-28-6
NUR-code:400

Dit bericht is geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink.